Diepgaand
De vier tonen worden ook telkens herhaald in het derde deel van zijn Eerste suite voor twee piano’s en in zijn tweede opera, De gierige ridder, gebaseerd op Poesjkins ‘kleine tragedie’ over de zonde van hebzucht. Rachmaninov volgde hiermee een door Moessorgski en Rimsky-Korsakov gevestigde traditie en bracht deze naar zijn hoogste en diepste niveau in zijn koorsymfonie The Bells uit 1913.
De gedichten van Edgar Allan Poe, vrij vertaald naar het Russisch door Konstantin Balmont, die Rachmaninov voor dit werk gebruikte, zijn enerzijds opgetogen en anderzijds somber van aard. De orkestratie toont Rachmaninov op zijn best en de koorpartijen zijn regelmatig spectaculair veeleisend. Samen met de Vespers die hij in 1915 schreef voor a cappella-koor behoort The Bells tot zijn meest diepgaande werk.