Op zijn 24ste keerde Debussy terug naar Parijs, na een verblijf van bijna twee jaar in Rome. Dat was een beloning voor het winnen van de Prix de Rome, maar de jonge componist onderging die tijd als een straf. Eenmaal weer in Parijs wierp hij zich in het kunstenaarsleven, vooral in literaire kringen. Debussy bezocht onder meer de mardi-avonden van de dichter Stéphane Mallarmé, ‘die in zijn huis, te midden van zijn bewonderaars, ijdel rokend, voor een grote porseleinen kachel, met een Schotse plaid om de schouders, zijn diepzinnige symbolistische theorieën ontvouwt’, schrijft Lucas Bunge in het boek Hartstochtelijk houd ik van muziek, waarin Debussy’s brieven gebundeld zijn.