Zou Mozart zijn dood langer voorvoelt hebben, daarover denken de meeste geschiedkundigen en musicologen hetzelfde, dan zou hij zeker een andere componist gekozen hebben voor deze laatste instructies. ‘Wat sta je daar weer als een eend in een donderstorm’, zei hij vaak tegen Süssmayr bij zijn lessen. ‘Zul je het ooit begrijpen?’ Het feit dat weduwe Constanze eerst andere componisten benaderde om het Requiem af te maken, duidt ook op weinig vertrouwen van de Mozarts in het talent van Süssmayr. Maar hij bleek op de avond van 4 december 1791 simpelweg de verkeerde componist op de goede plek: in het huis van een stervende meester.
Uiteindelijk keerde het werk terug bij Süssmayr: hij instrumenteerde de dodenmis, voltooide het Lacrimosa, waarvan Mozart maar acht maten schreef en componeerde zelf de ontbrekende delen Sanctus, Benedictus, Agnus Dei en Communio.