Naarmate de muziek voortschrijdt door de eeuwen en naast stem en orgel ook andere instrumenten hun intrede doen in de kerk ontstaan er Stabat Maters in allerlei soorten en maten. De Italiaan Antonio Vivaldi kiest in 1712 voor de verlatenheid van één stem, ondersteund door een handvol strijkers en een kistorgeltje: een toonbeeld van ingetogenheid.
Maar de beroemdste verklanking moet dan nog komen. Giovanni Battista Pergolesi schrijft zijn Stabat Mater in 1736, op zijn sterfbed, zesentwintig jaar oud. De ingetogen devotie van Vivaldi maakt bij hem plaats voor iets directers, bijna wereldlijks: twee solostemmen die in tedere, soms schrijnende duetten om elkaar heen cirkelen. Het verdriet krijgt een gezicht, een stem die dichtbij komt. Niet voor niets groeit Pergolesi’s versie uit tot een van de meest geliefde religieuze werken van zijn tijd.