‘Een werk van kracht, van gezond zelfgevoel’
Een van Gustav Mahlers beste vrienden, de dirigent Bruno Walter, geeft in zijn boek over de componist diens negen symfonieën hun eigen plek in de geschiedenis. ‘In de eerste vier’, schrijft hij, ‘openbaart zich een aanzienlijk deel van Mahlers zielegeschiedenis. Aan de kracht der innerlijke gebeurtenissen beantwoordt de machtige muzikale taal.’ Hij zoekt in de muziek naar het antwoord op de grote levensvragen. In de Tweede gaat het over de zin van het leven en het geloof in onsterfelijkheid – niet voor niets kreeg het stuk de bijnaam ‘Opstanding’. In de Derde gaat het over de natuur en – zoals Mahler zelf schrijft – het besef dat ‘de almachtige liefde alles vormt en koestert’. En de Vierde ten slotte belooft ons het hemelse leven. Daar heeft Mahler, concludeert Walter, ‘naar zijn zin lang genoeg, met de middelen der muziek, gestreden om een wereldbeschouwing. Hij voelt zich sterk, tegen het leven opgewassen, nu wil hij alleen nog als musicus schrijven. En zo ontstaat de Vijfde Symfonie, een werk van kracht, van gezond zelfgevoel, op het leven gericht, qua algehele stemming optimistisch. We bezitten in de Vijfde een meesterwerk, dat zijn schepper toont op het hoogtepunt van zijn leven, zijn kracht, zijn kunnen.’