Afgezien van Mao’s oprisping van cultuurhaat, zegt Wang, heeft de klassieke muziek in China van oudsher het aura van iets subliems, ‘een kunst waar wij naar opkijken en die we ons eigen willen maken’. Als driejarige begint ze thuis op de piano, maar krijgt ook les in kalligrafie en beeldende kunst. Haar moeder legt de nadruk op de kracht van de verbeelding, want in de fantasie zal ze altijd zichzelf kunnen zijn, daar kan de dictatuur niet binnendringen. Ook haar pianolerares aan het conservatorium van Beijing, Lin Yuan, neemt Wang mee naar musea om de nieuwsgierigheid te voeden en haar kijk op de wereld te verbreden.