Top 10

Nederlandse componisten

Echt bekend zijn ze niet. Nederlandse componisten hoor je helaas maar vrij sporadisch in de concertzaal en hun namen zijn bij het publiek grotendeels onbekend. Van wellicht enige bekendheid waren nog de leden van de zogeheten ‘Nederlandse School,’ componisten uit de 14e tot en met 16e eeuw befaamd om hun ingenieuze polyfonie – denk aan Josquin des Prez of Johannes Ockeghem. Maar die bleken bij nader onderzoek eigenlijk bijna allemaal van Belgische komaf. Pijnlijk, want daarmee verloor Nederland een groot aandeel in de muziekgeschiedenis. Maar niet getreurd: er is genoeg muziek van Nederlandse bodem die het luisteren meer dan waard is!

1. Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621)

Nederlands muzikale trots. Talloze straten en zelfs een conservatorium (nu het Conservatorium van Amsterdam) werden naar hem vernoemd. Echt populair is Jan Pieterszoon Sweelinck nu echter niet meer. Vooral tijdens zijn leven was hij beroemd, toen hij als organist en componist grote faam genoot. Zijn spel en improvisaties gaven hem de naam ‘Orpheus van Amsterdam.’ Hij was een naam in het Fantasia-genre en gaf vorm aan wat wij nu als de fuga kennen. Maar ook als pedagoog liet Sweelinck zijn sporen na. Via zijn leerlingen had hij een grote invloed op Duitse barokcomponisten, waaronder niemand minder dan Johann Sebastian Bach. Sweelinck leeft door in zijn naam en nalatenschap.

2. Graaf Unico Wilhelm van Wassenaer (1692-1766)

Toen Igor Stravinsky zijn Pulcinella Suite schreef, dacht hij deze te baseren op muziek van Pergolesi. Dat bleek niet helemaal het geval te zijn. De muziek was niet alleen van Italiaanse maar ook van Nederlandse hand. Nou ja, gedeeltelijk dan. Een stuk bleek te komen uit de zes Concerti Armonici voor strijkers van de Nederlandse graaf Unico Wilhelm van Wassenaer. Waar de adelijke amateurcomponist de tijd voor het componeren vandaan haalde, is een raadsel. Naast gezant van Frankrijk werkte hij onder andere voor de Staten-Generaal en de VOC. Dat was tevens de oorzaak van alle verwarring. Een belangrijke graaf mocht natuurlijk niet bekend komen te staan als een onaanzienlijke musicus – de zes concerti bleven anoniem.

3. Julius Röntgen (1855-1932)

Niet een Nederlandse componist in de meest nauwe zin van het woord. Julius Röntgen werd als kind van twee Nederlandse musici geboren in Duitsland. Pas op zijn drieëntwintigste vestigde hij zich in Amsterdam. Daar verdiende hij echter al snel zijn sporen. Hij was er dirigent, docent en uiteindelijk zelfs directeur van het Amsterdamsch Conservatorium. In die hoedanigheden ontmoette hij niet de minste personen: onder andere Johannes Brahms en Edvard Grieg. Röntgen schreef zowel traditionele werken als meer ‘plattelandsmuziek’ zoals de Oud-Hollandsche Boerenliedjes en Contradansen. Goed ingeburgerd, die Röntgen.

4. Alphons Diepenbrock (1862-1921)

Wat is het toch met Nederland en amateurcomponisten? Ook Alphons Diepenbrock was amateurcomponist. Al heeft de docent klassieke talen een omvangrijk oeuvre achtergelaten en wijdde hij zich na verloop van tijd bijna geheel aan het componeren. En dat zonder formele muziekopleiding. Zijn stijl is opmerkelijk. Diepenbrock fuseerde Gregoriaanse gezangen en muziek van Palestrina met de rijke laat-romantische klanken van Richard Wagner, Gustav Mahler en Richard Strauss. Ook dirigeerde hij af en toe bij het toen nog vrij jonge Concertgebouworkest. Niet zomaar een amateurmusicus dus.

5. Johan Wagenaar (1862-1941)

Johan Wagenaar was een belangrijke figuur in het Nederlandse muziekleven. Hij was stadsorganist in de Domkerk van Utrecht, dirigeerde meerdere orkesten en koren, was directeur van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag én leidde een rits belangrijke leerlingen op. Een veelzijdig man dus. Johan Wagenaars nalatenschap vinden we terug in zijn vele vocale werken, waaronder zelfs enkele opera’s. Ook zijn symfonische muziek is de moeite waard; zijn ouverture De getemde Feeks staat nog regelmatig op het programma. In het repertoire herkennen we een typisch laat-negentiende-eeuwse stijl, vrolijk en geanimeerd van geest. Soms misschien wat sentimenteel of pompeus, maar nooit ‘té.’

6. Matthijs Vermeulen (1888-1967)

Zijn vader wilde dat hij smid werd, hij zelf wilde echter componist worden. Hoewel hij een zeer getalenteerd toondichter was, stond Matthijs Vermeulen voornamelijk bekend als gevreesd muziekcriticus van De Telegraaf. Zijn carrière als componist moest daar onder lijden. Verschillende dirigenten, waaronder de invloedrijke Willem Mengelberg van het Concertgebouworkest, weigerden meerdere malen zijn werk uit te voeren. Vermeulens scherpe recensies hadden kennelijk té diepe wonden achtergelaten. Ook later werd zijn muziek niet veel gespeeld. Hoewel enkele van zijn symfonieën postuum werden uitgevoerd, bleven werkelijke faam en erkenning lang uit.

7. Henriëtte Bosmans (1895-1952)

Henriëtte Bosmans is een van de weinige Nederlandse vrouwen geweest die van muziek haar carrière kon maken. En hoe! Als pianiste was Bosmans uiterst succesvol, maar ook haar composities klonken op de grote Nederlandse podia. Haar loopbaan als toondichter begon zij als Romantisch componist met warme, gepassioneerde klanken. Later ontpopte zij zich tot een moderne componiste die nieuwe en uitgesproken technieken niet schuwde – een ontwikkeling die haar in de Tweede Wereldoorlog duur kwam te staan. Bosmans’ muziek werd verboden door de nazi’s en later mocht zij als halfjoodse zelfs niet meer optreden. Na de oorlog haalde Bosmans echter de verloren tijd in. Tot het einde van haar leven bleef ze stug componeren en actief betrokken bij de Nederlandse muziekwereld. Een unieke vrouw!

8. Henk Badings (1907-1987)

Was Henk Badings fout tijdens de oorlog? Net als bij Richard Strauss is het moeilijk te zeggen. Ja, Badings was lid van de Nazistische Kultuurkamer, maar redde wel zijn Joodse collega Sem Dresden. De van oorsprong mijnbouwkundige leerde zichzelf, met een paar lessen van Willem Pijper, componeren. Toen Badings zich in de jaren dertig van de vorige eeuw compleet op de muziek toelegde, ging het hard. Hij ontving opdrachten vanuit heel Europa en meerdere uitgevers hadden interesse in zijn werk. Tijdens de bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog, ging Badings rustig door met het schrijven van muziek. Ook voor de Duitse bezetter. Het leverde hem na de oorlog twee jaar ballingschap op. Eenmaal terug in Nederland herstelde Badings zich. Hij experimenteerde met elektronische muziek en vervulde meerdere muzikale functies aan verschillende universiteiten.

9. Louis Andriessen (1939-2021)

Een befaamde telg uit het muzikale Andriessen-geslacht. Als lid van ‘De Notenkrakers’ maakte hij zich in de jaren zestig van de vorige eeuw hard voor meer hedendaagse klassieke muziek in de concertzaal. Zijn eigen composities hebben daar zeker aan bijgedragen. Louis Andriessens unieke stijl bevat uiteenlopende invloeden, waaronder uit de rock, minimal music en de muziek van Igor Stravinsky. Hij ontwikkelde zijn eigen unieke taal, die meteen herkenbaar is – daar getuigen werken als De Materie, De Staat en de opera’s Reconstructie en Writing to Vermeer van. De composities leverden hem een naam op die, vooral in de Verenigde Staten, maar ook in Nederland, nog steeds een begrip is.

10. Joey Roukens (1982-)

Joey Roukens viel ooit als tiener al op bij de Jonge Componistenwedstrijd van het Nederlands Blazers Ensemble. Sindsdien ontwikkelde hij zich tot een veelgevraagd componist en schreef hij onder andere voor Asko | Schönberg, Ralph van Raat, Arno Bornkamp, Amsterdam Sinfonietta en het Koninklijk Concertgebouworkest. Een paar jaar geleden meldde de ZaterdagMatinee zich met het verzoek een concert te schrijven voor Lucas en Arthur Jussen en het Radio Filharmonisch Orkest. Roukens doopte het werk dat in 2018 in première ging In Unison. Ton Hartsuiker, pianoleraar van zowel de Jussens als Roukens, was de man die hem al dan niet bewust de weg wees naar zijn componistenbestaan. Inmiddels heeft hij zijn naam in Nederland gevestigd als componist. Zijn muziek wordt vaak eclectisch genoemd. Maar volgens Roukens zelf is in feite elke componist eclectisch. ‘We bouwen allemaal voort op de verworvenheden van voorgangers.’ Hij` rekent zelf vooral componisten als Igor Stravinsky, Steve Reich en vooral John Adams tot zijn voorbeelden.

BONUS: Josina van Boetzelaer

Net als Unico van Wassenaer was Josina van Boetzelaer een amateurcomponist van adel. En ook Josina bleef anoniem als musicienne. Een vrouw, en zeker een adelijke vrouw, mocht natuurlijk niet componeren. Josina was daarnaast hofdame van Anna van Hannover, de vrouw van Willem IV. Dat weerhield haar natuurlijk helemaal van een carrière als armlastige muzikante.

Josina moet zeer getalenteerd zijn geweest. Haar leraar was zeer onder de indruk van haar muzikale verdiensten en een librettist verwerkte zelfs enkele van Josina’s aria’s in een opera. Toch bleef de erkenning als componist uit. Hoewel enkele van haar werken werden gepubliceerd onder het pseudoniem ‘Barones nomen nescio’ (Latijn voor ‘Barones wiens naam ik niet weet’), ging het merendeel van haar composities verloren. Zelfs nu lijdt de adelijke dame onder haar vergetelheid, haar muziek is nooit opgenomen.

Blijf verbonden met de wereld van klassieke muziek

Ontvang onze nieuwsbrief, volg ons voor nieuwe inspiratie en maak jouw persoonlijke profiel aan om nog meer muziek te ontdekken die bij jou past. Met jouw profiel bewaar je favorieten, krijgt je persoonlijke luistertips en blijf je op de hoogte van nieuwe opnames van jouw favoriete musici. Je krijgt bovendien toegang tot het forum, waar je gedachten en ervaringen kunt delen met andere liefhebbers van klassieke muziek.

Schrijf je hier in voor onze maandelijkse nieuwsbrief.

"*" geeft vereiste velden aan

Volg ons

Spotify Instagram Facebook Youtube
x

Ontvang onze maandelijkse nieuwsbrief

Volg ons voor nieuwe inspiratie en maak uw persoonlijke profiel aan

Aanmelden