Spotlight

Sviatoslav Richter

Begin met een willekeurige muziekliefhebber over pianisten uit heden en verleden en vroeg of laat valt de naam Sviatoslav Richter. Gevolgd door een eerbiedige stilte. De man met de grote handen en de pretentieloze doch onnavolgbare vertolkingskunst is al sinds 1997 niet meer onder ons, maar zo af en toe duikt er weer iets moois op waar we ons weer lang aan kunnen laven.

Veelgestelde vragen over Sviatoslav Richter

Richter wordt vaak gezien als een van de grootste pianisten van de 20e eeuw vanwege zijn ongeëvenaarde combinatie van technische beheersing, intellectuele diepgang en muzikale integriteit. Zijn repertoire was enorm breed: van Bach tot Prokofjev, van Schubert tot Debussy. Wat hem bijzonder maakte, was zijn vermogen om zich volledig in de partituur te verdiepen zonder effectbejag. Zijn interpretaties konden radicaal verschillen per uitvoering, maar bleven altijd overtuigend. Veel collega-musici bewonderden zijn compromisloze houding en zijn vermogen om muziek tot in de kern te doorgronden.

Richter was inderdaad grotendeels autodidact. Pas rond zijn twintigste (ca. 1937) kreeg hij zijn eerste formele pianolessen, toen hij werd toegelaten tot het conservatorium van Moskou en ging studeren bij Heinrich Neuhaus. Dat is uitzonderlijk laat voor iemand die tot de grootste pianisten ooit zou gaan behoren. Neuhaus, een van de belangrijkste pianopedagogen van de Sovjet-Unie, herkende onmiddellijk zijn uitzonderlijke talent en noemde hem een “genie”. Hij hielp hem zijn intuïtieve muzikaliteit te structureren en zijn repertoire te verdiepen. De relatie tussen beiden was gebaseerd op wederzijds respect en speelde een cruciale rol in Richters artistieke vorming.

Hoewel Richter al in de jaren ’40 in de Sovjet-Unie een grote naam was, brak hij internationaal pas echt door eind jaren ’50. Dat had vooral te maken met het Sovjetregime, dat buitenlandse tournees streng controleerde. Richter had een complexe relatie met het Sovjetregime. Hij was geen uitgesproken dissident, maar ook geen propagandist. In tegenstelling tot sommige collega’s hield hij zich zoveel mogelijk buiten de politiek. Hij stond bekend om zijn onafhankelijkheid en eigenzinnigheid, wat hem soms toch in conflict bracht met autoriteiten. Maar binnen het systeem wist hij een opmerkelijke artistieke vrijheid te behouden.
Pas in 1960 mocht hij naar de Verenigde Staten reizen, waar zijn debuut in Carnegie Hall een sensatie werd. Zijn late internationale start droeg bij aan zijn mythische status: hij verscheen plotseling als een volledig gevormde kunstenaar. Binnen de Sovjet-Unie was hij echter al decennia een gevestigde grootheid.

In zijn latere jaren koos Richter ervoor om vaak in halfduister te spelen, met slechts een schemerlamp op of bij de piano. Hij wilde dat het publiek zich volledig op de muziek concentreerde, zonder afleiding van visuele elementen of podiumrituelen. Het paste ook bij zijn introverte karakter en zijn afkeer van uiterlijk vertoon. De sfeer die zo ontstond was intens en bijna meditatief. Veel luisteraars ervoeren deze concerten als bijzonder geconcentreerd en spiritueel.

Legende

Als iemand met recht een legende genoemd kan worden dan is het wel de Oekraïense pianist Sviatoslav Richter. Al voordat de machthebbers van de toenmalige Sovjet-Unie toestonden dat deze zoon van een Duitse vader en een Russische moeder naar het Westen kon reizen voor concerten, was zijn reputatie hem al vooruitgesneld. Een reputatie die ook gevoed werd door collega-pianisten. Toen Emil Gilels, die eerder dan Richter toestemming kreeg om in het Westen concerten te geven, overal geprezen werd, merkte hij doodleuk op: ‘Wacht maar tot je Sviatoslav Richter hoort.’

Top 10 – Opnamen van Sviatoslav Richter | Luister nu






Officiële debuut

Richters assistent-dirigentschap in Odessa was ook meteen het hoogtepunt van zijn dirigentencarrière. De piano kreeg de overhand. ‘De piano heeft mij gekozen’, zo verklaarde Richter de stap. Toch was het pas op 22-jarige leeftijd dat hij zich officieel meldde bij het conservatorium van Moskou. Hij studeerde bij Heinrich Neuhaus, die zich ontpopte tot mentor en goede vriend. Pas in 1940 maakte Richter zijn officiële debuut. In de Sovjet-Unie won hij vervolgens zo’n beetje alle prijzen die er te winnen waren en kreeg hij alle onderscheidingen die een musicus maar kan wensen. Hij kon zijn kunsten alleen lange tijd niet over de grenzen laten horen. Zijn Duitse wortels maakte hem op voorhand een mogelijk deserteur waar voorzichtig mee omgesprongen moest worden.

Pas in 1959 kon hij voor het eerst de grens over, naar Finland. In 1960 volgden de Verenigde Staten en Frankrijk. Het leverde hem meteen een absoluut legendarisch debuut in de New Yorkse Carnegie Hall op en een niet aflatende liefde voor Frankrijk. Zo’n dertig jaar lang was hij vaste gast in Tours bij het Fêtes Musicales en Touraine. Enkele van de Beethoven-registraties uit ‘The Lost Tapes’ zijn tijdens dat festival opgenomen en bleven daarna decennialang onuitgebracht in de archieven liggen.

Kritisch

In de Sovjet-Unie werd Richter al lang op handen gedragen. Niet alleen door het publiek, maar ook door grote componisten zoals Sergei Prokofjev, die Richter min of meer ontdekte. Deze componist droeg zijn Negende en laatste pianosonate aan de pianist op. Ook Dmitri Sjostakovitsj en later Benjamin Britten, die zijn pianoconcert voor Richter schreef, liepen met hem weg. Logisch. Richter was geen pianist die coute que coute zijn eigen stempel op een partituur wilde drukken.

Toch was men buiten de Sovjet-Unie vooral ook kritisch. Misschien ingegeven door het feit dat Richter, doorgaans op last van de Sovjetautoriteiten, concerten geregeld moest afzeggen. Zo zou zijn repertoire te beperkt zijn omdat hij zelden Mozart speelde en ook Skrjabin en Rachmaninov doorgaans links liet liggen, ook al nam hij al in 1959 wel Rachmaninovs Tweede Pianoconcert en enkele preludes op. Ondertussen brak Richter wel een lans voor de pianosonates van Haydn.

Grote tovenaar

Een veelgehoord commentaar is ook dat Richter te ascetisch speelde, te weinig persoonlijkheid liet horen. Het was tevens zijn kracht. Voor Richter was de partituur heilig. ‘Natuurlijk, tot op zekere hoogte speel ik voor mezelf, maar meer nog voor de componist,’ zei hij ooit in een spaarzaam interview. ‘Het is onjuist te beweren dat ik me niet van de luisteraar bewust ben, maar ik weet zeker dat ik mijn concentratie zou verliezen bij het realiseren van de bedoelingen van de componist wanneer ik me te duidelijk bewust zou zijn van dat publiek.’

Op die momenten dat hij dicht bij de bedoelingen van de componist kwam, zoals in de Philips-opname van Schuberts sonate in G, was hij de grote tovenaar. Net als in veel van zijn Debussy– en Prokofjev-registraties. En natuurlijk Bachs Wohltemperierte Klavier waar hij een levenslange fascinatie voor had. Dat hij, om bij Bach te blijven, de Goldbergvariaties links liet liggen, is weer een van de Richter-raadsels. Hij was niet iemand die de ‘complete’ werken speelde. Zo voerde hij nimmer alle Beethovensonates en Beethovenconcerten uit, liet hij veel Chopinpreludes voor wat ze waren en onthield hij ons ook zijn visie op Schuberts voorlaatste sonate. ‘Ik ben tegen het alles spelen, ‘alle’ sonates, ‘alle’ études enzovoort. Een uitzondering vormt Bachs Wohltemperiertes Klavier’, zei hij al eens.

Halfduister

Richter was eigenzinnig. Niet voor niets noemde Bruno Monsaingeon de drie uur durende film die hij in 1998 over de pianist maakte L’insoumis: de rebel, de tegendraadse. Ook zijn recitals waren anders. Naarmate hij ouder werd meed hij de grote zalen steeds meer en speelde hij het liefst in kleine zaaltjes en afgelegen provincieplaatsjes. In het halfduister, met niet meer licht dan een enkele schemerlamp of wat kaarsen, voltrok Richter zijn wonderen en dook hij diep in de noten van de componist in kwestie. Als alles op zijn plek viel ontstond er pure magie. Wie getuige is geweest van zo’n moment weet hoe de muziekhemel klinkt.

En Richter zelf? Hij was nooit tevreden, bleef zoeken naar die ene ultieme vertolking. Tijdens een van zijn laatste recitals, bracht hij iedereen die erbij was compleet in vervoering met delen uit Bachs Wohltemperierte Klavier. Aan het slot draaide hij zich naar zijn publiek en verzuchtte: ‘Ik had het bijna.’

Blijf verbonden met de wereld van klassieke muziek

Ontvang onze nieuwsbrief, volg ons voor nieuwe inspiratie en maak jouw persoonlijke profiel aan om nog meer muziek te ontdekken die bij jou past. Met jouw profiel bewaar je favorieten, krijgt je persoonlijke luistertips en blijf je op de hoogte van nieuwe opnames van jouw favoriete musici. Je krijgt bovendien toegang tot het forum, waar je gedachten en ervaringen kunt delen met andere liefhebbers van klassieke muziek.

Schrijf je hier in voor onze maandelijkse nieuwsbrief.

"*" geeft vereiste velden aan

Volg ons

Spotify Instagram Facebook Youtube
x

Ontvang onze maandelijkse nieuwsbrief

Volg ons voor nieuwe inspiratie en maak uw persoonlijke profiel aan

Aanmelden